“’s Avonds heb ik al pijn in mijn buik dat ik de volgende dag weer met háár moet vergaderen,” zucht Lilly.

Ik zie Lilly op mijn scherm. Ze heeft haar hoofd in haar handen. “Elke keer als ik iets vraag in de team-meeting, geeft zij weer antwoord, Miss Golden Girl.”
Ik weet inmiddels dat Lilly met the Golden Girl de senior adviseur bedoelt, de senior collega met lang blond haar.

Lilly gaat verder: “Terwijl ik mijn vraag expliciet stel aan mijn leidinggevende, he! En dan roept ze meteen: ‘Het staat daar en daar in ons procedureboek’ – en dan denk ik aaaaah, houd je mond!”

Lilly zit klem in haar werk, gaf ze aan. Ze heeft een oneindige lijst klussen, heeft het gevoel dat ze niet professioneel ontwikkelt, en ergert zich. Vooral aan collega’s, procedures en klanten.

“Ging dit ook zo toen jullie nog face-to-face vergaderden, Lilly?” vraag ik.

“Ja, nee, dat ging anders. Toen legde mijn leidinggevende juist veel uit. Die zat vooraan, aan het hoofd van de tafel. Miss Golden Girl zat aan de andere kant. Die keek ik gewoon zo min mogelijk aan. En nu lijkt het wel of zij de vergadering leidt. En mijn leidinggevende, die eigenlijk rust in de tent moet brengen, leunt gewoon achterover. Ik trek die vergaderingen zo niet. We komen nergens zo, uitzichtloos.”

Phoe. Het stapelde bij Lilly op, de lijst met uitzichtloze aspecten van haar werk. Dingen waar je energie aan verliest. En dan krijgt ergernis een kans.

Collega’s zijn net mensen, in allerlei prachtige soorten en maten te vinden.

Met een deel van je collega’s heb je een klik, enkele zijn ronduit geweldig. En dan heb je ook collega’s die klagen, mopperen of gewoon geen positieve bijdrage leveren.

Ze blijven je maar onderbreken, zijn te laat, te traag of te snel, te saai of te dynamisch, te aanwezig of niet aanwezig genoeg… roeren te hard in hun kopje, zijn te verlegen of te luidruchtig. Of juist bizar optimistisch. Onuitstaanbaar!

Toen dit jaar alles anders moest, viel eerst veel irritatie weg. Je zag elkaar niet meer op de werkvloer en werkte in je eigen space. Heerlijk, die eerste weken. Maar andere irritaties kwamen ervoor in de plaats.

Online irritaties. Die je niet eens voor mogelijk had gehouden.

Van collega’s die elkaar nu niet meer laten uitpraten of uitchecken als je zelf net iets wil vertellen. Of collega’s die tussendoor hun broodje eten (je kijkt ze nu recht in het gezicht), er onverzorgd uitzien of die tijdens een online vergadering tijd verspillen door hele lappen hardop vóór te gaan lezen.

Voor we massaal online gingen, waren er ook lastige meetings. Maar dan had je misschien nog even oogcontact met die begripvolle leuke collega, of kon je achteroverleunen of om een korte break vragen. Weet je nog?

Nu zit je vastgeplakt aan een scherm, gearresteerd, voor minstens een uur, en als je niet uitkijkt wordt de volgende ‘horror-meeting’ er direct achteraan geplakt.

Nu zijn er nieuwe ergernissen, die om nieuwe aanpak vragen.

Maar wat hetzelfde is gebleven is dat je ergernissen minder kans geeft als je fit, ontspannen en gefocust bent. Dan kun je veel beter je creativiteit inzetten en uitzoeken hoe je het beste met al die nieuwe, lastige situaties om kunt gaan.

Hoe blijf je tijdens je werk ontspannen, fit en gefocust? Een gesprek met één van onze topcoaches (op je werkplek of online) kan het begin zijn van een nieuwe manier van werken.

Wij zijn in ons werk ook dol op slagkracht en resultaat. Vandaar dat we in de afgelopen jaren met onze eigen, unieke methode werken: de Werkplezier-Route. Dit is een positief, verbindend model waarmee je je overtuigingen en waarden onderzoekt en een nieuwe weg slaat naar verbinding met je werk.

Wil je ook minder werkstress en meer werkplezier? Hier lees je over hoe je van start kunt gaan met één van onze topcoaches.