Hanna voelde zich uitgeblust. Dat zag je niet aan haar, maar ze voelde het wél. Ze was specifiek over haar gevoel: ze was zeker niet burned-out, ook niet overspannen, maar uitgeblust.

Hanna was projectleider bij een groot commercieel bedrijf. Ze had een paar jaar geleden een burn-out gehad, en was onder begeleiding van de eigen HR-mensen weer succesvol gere-integreerd.

“Wanneer voel je je uitgeblust?”, vraag ik in ons tweede gesprek, als haar coach (C). Dat bleek vooral te zijn als ze naar de kantine liep, of naar de printer. Op de gang.

Zij, Hanna (H) zegt: “Ik ben denk ik bang dat mensen me aanspreken en weer een klus bij me willen neerleggen, of me vragen ergens over mee te denken.”

Dit is een heel aannemelijk antwoord. Het lijkt een goede aanleiding om nog een keer een techniek te bespreken, bijvoorbeeld ‘grenzen aangeven’, of hoe je je collega’s vriendelijk uitlegt dat je al iets doet bij deze organisatie en niet vrij rondloopt op zoek naar klusjes.

Maar die technieken kent ze wel, weet ik. Past ze ze ook toe? Ik vraag: “Hoe ga je daar dan mee om, als een collega je aanspreekt? Heb je al extra werk op je genomen?”

H: “Nou nee, dan zeg ik gewoon dat mijn agenda vol zit.” Ze lacht.

C: “Dus dat gaat je eigenlijk goed af?”

H: “Ja, inderdaad. Toch blijft het een naar gevoel.” Ze zucht.

C: “Hmmm.” Hier speelt dus meer, denk ik. Maar wat? Ik wacht even, stil.

H: “Ik ben huiverig en hoop dat ze me niet aanspreken. Er wordt altijd wel gekletst op de gang. Of geroddeld over wie er te veel hooi op z’n vork heeft, of wie er nu weer een burn-out heeft, of naar een andere afdeling gaat. Er zijn namelijk al zo veel mensen weggegaan waarmee ik vroeger werkte. Vóór mijn burn-out.”

C: “En wat is daar precies ‘naar’ aan voor jou?”

H: “Ik vind het naar om daar steeds aan herinnerd te worden. Dat die periode nooit meer terugkomt; die periode van vóór mijn burn-out. Zeker de helft van wie er toen rondliep is inmiddels weg.”

C: “Je zegt ‘daaraan herinnerd te worden’. Misschien herinnert het je wel aan nog eerdere gebeurtenissen. Dat een ouder gevoel je nu in de weg zit. Heb je wel eens eerder meegemaakt dat een situatie zo veranderde, of dat iets ‘nooit meer terugkwam’?

H: “Nou, ik dacht toevallig dit weekend, toen ik mijn dochters voorlas, aan mijn eigen schooltijd. Heel gek. Ze zijn nu zeven en negen. En toen ik negen was, werden ineens halverwege het jaar de klassen gehusseld en kwam ik in een klas waarin ik helemaal geen aansluiting vond. Ik was eigenlijk heel nieuwsgierig, en nogal energiek, maar dat kon helemaal niet in die nieuwe klas. Ik werd er zelfs mee gepest, ineens. Toen heb ik wel een beetje een muurtje om mezelf gebouwd, ging van me af bijten. Ik liet mezelf niet meer zien.”

C: “Jeetje, dat is nogal wat. En wat kwam er toen ‘nooit meer terug’?”

H: “Ja, daar dacht ik dus dit weekend aan. Dat het onbezorgde, vrolijke kind-zijn toen ineens voorbij was. Ik vond het eigenlijk heel verdrietig.”

C: “Dat kan ik me wel voorstellen, ja. En mijn complimenten – voor nu, bij jouw job, dat je zo’n andere strategie kiest dan vroeger. Ik snap dat je je destijds hebt afgesloten, maar dat je nu – 35 jaar later – kiest voor een andere aanpak. Je kiest er inmiddels voor om te voelen hoe het is als er een periode wordt afgesloten. Of dat nou verdrietig is, of huiverig, een beetje bang… Je bent dus echt iets nieuws aan het doen. Iets aan het toelaten.”

H: “Ja… zo heb ik er nog nooit naar gekeken.” Ze lacht opgelucht.

C: “Kijk! Dat zijn altijd gouden woorden voor een coach, dat je er op een andere manier naar kijkt.” We lachen samen.

C: “En het lijkt mij ook een heel ‘normaal’ gevoel, om het lastig te vinden als een situatie verandert, of ineens veranderd is.”

H: “Pfft, ja. Dat lijkt mij ook, ja.” Ze lacht nog een keer vrijuit.

C: “Wat zou je kunnen zeggen, als er op de gang gesproken wordt over iemand die weggaat?”

H: “Nou, eh- ‘Dat vind ik jammer’, zoiets? ‘Dat vind ik echt jammer’?”

C: “Klinkt goed. Hoe voelt dat?”

H: “Heel goed. Simpel. En ik meen het ook. Ik vind het écht jammer als iemand weggaat, of als het niet goed gaat met een collega. Daar ga ik me niet meer voor afsluiten. En ik kan het dus ook gewoon zeggen.”

Dit was voor de projectleider een levensveranderend moment, vertelde ze me later, omdat het in dit gesprek tot haar doordrong dat ze voor een nieuwe strategie had gekozen. Dat ze dat kon, dat ze zich dat mocht toe-eigenen, en dat het werkte.

Dit was gewoon tijdens een coachingsgesprek.

Luisteren, vragen stellen, écht luisteren; dat is coaching. En waarom is dit geen therapie? Vanwege een paar duidelijk verschillen.

De emoties worden wel erkend, en ook ervaren, maar niet diepgravend onderzocht of opnieuw ingeleefd. Dat laatste kan juist wel in therapie, waarbij je ook veel uitgebreider op de vroegere (privé-) ervaringen kunt ingaan. In dit coachingsgesprek is de verbinding met de actuele werksituatie nooit verder weg dan twee vragen.

Verder geeft de coach hier aan waar de verbetering ten opzichte van het ‘oude gedrag’ al zichtbaar is, en laat dit niet (langdurig) over aan het eigen graafwerk van de cliënt.

Het ging er dan ook niet om dat de projectleider leert te reflecteren op allerlei onverwerkte emoties, maar dat ze met behoud van energie door de gang kan lopen.

En tot slot: samen lachen en de opluchting zoeken, dat kán natuurlijk in therapie ook – maar daar is in onze coaching wel meer ruimte voor. Ik geloof erin dat je innerlijke verandering ook plaatsvindt als je erbij (glim)lacht.

Gewoon lekker werken is eigenlijk best bijzonder.

Lekker werken klinkt simpel, maar de (moderne) werkomgeving is veeleisend. Of je nou op kantoor zit of op de thuiswerkplek. Er zijn veel externe en interne prikkels, e-mails, telefoon, verzoeken, (team)dynamiek en hectiek. Er kan makkelijk iets in de weg komen te staan tussen jou en je werkplezier, zonder dat je je daar bewust van bent.

Een efficiencycoach kan je helpen om relaxt en succesvol te werken in een omgeving waar veel van je wordt verwacht. Met echte aandacht voor de kern van het probleem, en met je werk- en levensdoelen voor ogen, kun je met efficiencycoaching zomaar obstakels opruimen en je eigen weg vrijmaken. Zonder dat het ‘therapie’ wordt.

Hier lees je meer over hoe je van start kunt gaan met één van onze topcoaches.