Eerder dit jaar maakte ik van een veilige afstand mee hoe twee medewerkers elkaar bijna te lijf gingen bij het koffieapparaat.

Ik had er niets mee te maken, maar werd toevallig rondgeleid. De leidinggevende die me liet zien dat de kantoren – zoals hij dat noemde –  people friendly waren ingedeeld, loodste me de andere kant op en zuchtte: “Just another day at the office.”

Het voorval herinnerde mij aan een stage die ik ooit deed bij een praktijk in Amsterdam tijdens mijn derde jaar Fysiotherapie. Ik was één van de twee stagiaires die drie maanden lang een eigen patiëntenlijst kreeg en een behandelkamer. Mijn mede-stagiaire Kris was ouder, groter en mondiger. Street-wise met haar korte blauwe haar, éne oorbel en bliksemtattoo’s over de gehele indrukwekkende lengte van haar gespierde onderarmen.

Ik was als de dood voor haar.

Zou ik ook iets bij haar getriggerd hebben? Met mijn zoethoutthee en de maaltijdsalade die ik bij elke lunch meebracht? Mijn lange vlecht en gepoetste leren schoenen? Mijn netjes uitgewerkte aantekeningen, die ik overal mee naartoe nam?

We zullen het nooit weten, maar wat ik wel weet is dat we elkaar vanaf dag één niet konden luchten. Of, zoals ik nu zou zeggen, ons contact was niet optimaal.

Tot het moment dat Kris vroeg of ze me even kon spreken. Ik dacht “kom maar op”, en met zweet in mijn handen liep ik achter haar aan naar haar behandelkamer.

Kris torende boven me uit. Ik zette me inwendig schrap. Ze zei: “Volgens mij liggen we elkaar niet. Zullen we dat gewoon accepteren? Dat is makkelijker dan dat we elkaar de hele tijd ontwijken.”

Zo, de kaarten lagen op tafel.

Een grandioze zet, hostage-negotiation-waardig. In een paar seconden vloog mijn respect voor haar van onder nul naar een dikke tien.

En ja, ik nam haar voorstel om te ‘accepteren dat we niet goed konden samenwerken’ met beiden handen aan.

Ik heb nog drie foto’s van ons samen. Lachend in de therapie- en oefenruimte. Lachend een taartje delend tijdens de lunch. En op de foto met de stagebegeleider. Weer lachend.

Die laatste stagemaand herinner ik me nu als heel erg leuk. Kris en ik zouden nooit beste vriendinnen worden,  maar de spanning, het gedoe en de irritatie was na ‘het gesprek’ verdwenen. Dank je wel Kris, voor die super-zet van je.

Inmiddels, 25 jaar later, heb ik een artikel geschreven over energie verliezen aan collega’s.

Het artikel gaat over al die collega’s waarmee je te dealen hebt, of je nou op kantoor zit of niet. Soms hoef je alleen maar een mail te openen van ‘die éne collega’ en je energie zakt al naar beneden.

Het gaat over al die collega’s waarvan je hoopt dat ze een paar miljoen winnen en verhuizen naar Barbados maar die je nu steeds bellen waar je rapport blijft, of die op je bureau gaan zitten en je storen met slappe babbels. Die collega’s die te laat komen, te hard smakken, stomme grapjes maken, nooit zeggen wat ze bedoelen of nooit doen wat ze beloofd hebben. Het artikel gaat zelfs over die ene collega waar je je beoordelingsgesprek mee hebt…

Het artikel gaat ook over de manieren waarop je je energie kunt behouden in plaats van verliezen. Lees je het en denk je “been there, done that, maar ik zit nog steeds met het probleem?” én ben je klaar met energie verliezen aan wat dan ook, en al zéker niet aan een collega?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en je ontvangt direct via de mail het artikel.

Ben je toe aan meer werkplezier?

Onze top-coaches begeleiden je (op je werkplek of online) enthousiast langs onze Werkplezier-Route: een uniek model waarmee je je overtuigingen en waarden onderzoekt en op een positieve manier shift naar een compleet andere verbinding met je werk.

Hier lees je meer over ons trainings- en coachingsaanbod